Don Quijote

Ik heb dit jaar Don Quijote gelezen, beide delen, van kaft tot kaft, in de vertaling van Barber van de Pol. Een hele klus, want Cervantes is bepaald niet 1100 pagina’s lang aan het pieken. Ik heb me door een hoop langdradigheid en meer-van-hetzelfde heen moeten slaan. Het vele platte vermaak is ook echt niet leuk. Ik heb er dus lang over gedaan, liet het vaak even liggen om tussendoor wat anders te lezen. Later las ik dat meer mensen het zo doen, na elk hoofdstuk een pauze, dat gaat prima, de structuur van het boek leent zich ervoor.

Het boek lijkt oppervlakkig gezien te gaan over een man die zich het hoofd op hol heeft laten brengen door het lezen van teveel ridderromans, en verkleed als ridder met zijn schildknaap Sancho op pad gaat om te vechten voor het goede (en ter verdediging van knappe dames).

Intussen gaat het boek over ons, over mij, en jou, in verhouding tot de wereld om ons heen. “We zijn ook potdomme geen spat veranderd in vierhonderd jaar tijd”, schreef een andere lezer in een recensie. En dit is natuurlijk waarom het boek nog steeds zo wordt gewaardeerd. Een scherpe geest schetste in 1605 hoe mensen zich tot elkaar verhouden en anno 2025 zien we er onszelf nog net zo hard in terug. Je wordt er vooral erg melancholisch van. En gaat Cervantes erg waarderen, wat een slimme kerel moet dat zijn geweest.

In de cursus die ik dit najaar volgde over leven en werk van Cervantes constateerden we dat ieder zichzelf projecteert op Don Quijote. Eén van mijn groepsgenoten, een jolige pensionado die we er wel voor aan zagen er lol in te hebben zijn omgeving om de tuin te leiden, meende dat de hoofdpersoon slechts speelt dat hij gek is. Voor mij en een ander cursusmaatje gaat het boek juist over zelfbedrog-tegen-beter-weten-in.

Ik heb bij het lezen genoten van het spel met realiteit en illusie, de ontwikkeling van de twee hoofdpersonen, de schildering van het menselijk tekort, en de manier waarop Cervantes in het tweede deel afrekent met Avellaneda. Intussen had ik steeds het gevoel veel te missen. Het kan niet anders of een heleboel verwijzingen, grapjes, speldenprikken zijn aan mij voorbij gegaan. Dus ik dacht steeds: “ik zou er eigenlijk een commentaar naast moeten hebben”. En dat had ik niet.

Dus 1100 bladzijdes later ben ik er eigenlijk nog niet klaar mee. Volgens mij zou je de rest van je leven bezig kunnen zijn met dit boek. Wordt dus misschien vervolgd…

 

 

 

 

 

 

Wie was Avellaneda?

In oktober volgde ik een cursus aan het Instituto Cervantes in Alcalá de Henares. We doken een week lang in leven en werk van Cervantes, die geboren werd in dit stadje. Vast niet toevallig vond de cursus plaats tijdens de jaarlijkse Semana Cervantina, waar veel binnenlandse en weinig buitenlandse toeristen op afkomen. We werden dus én tijdens de les én daarbuiten ondergedompeld in de Spaanse taal en cultuur. Perfect!

Cervantes is een superinteressant studie-onderwerp. Alleen al aan zijn levensloop zou je een week cursus kunnen wijden. In onze cursus ging het vooral over zijn meesterwerk Don Quijote, waar ik nog een apart blogje aan zal wijden (update: hier is ie). Bij de gesprekken over Don Quijote bleek onze groep vooral gefascineerd door de kwestie: wie was Avellaneda?

Even wat achtergrond: Don Quijote (volledige titel ‘El ingenuoso hidalgo Don Quijote de la Mancha’) bestaat uit twee delen. Het eerste kwam uit in 1605 en werd een groot succes. In 1614 bracht ene Alonso Fernández de Avellaneda (pseudoniem) een vervolg uit, waarop Cervantes in 1615 met zijn eigen ‘enige echte’ vervolg kwam en zich daarin afzet tegen de versie van Avellaneda.

Dat gaat heel grappig. Een voorbeeld: in het officiële deel 2 laat Cervantes zijn hoofdpersonen -ze zijn op dat moment onderweg naar Zaragoza- in een herberg iemand tegenkomen die het valse tweede deel heeft gelezen, en meldt dat hij daarin heeft gelezen over hun reis naar Zaragoza. Prompt besluiten ze koers te verleggen en naar Barcelona te gaan.

Wie ging er schuil achter het pseudoniem Avellaneda? Er zijn veel theorieën, o.a. deze:

  • (de kring rond) Cervantes’ concurrent Lope de Vega. Er was een langlopende rivaliteit tussen de twee, in meerdere werken lopen ze elkaar te dissen, tot amusement van de lezer.
  • Gerónimo de Pasamonte, die én de achtergrond (Avellaneda geeft in zijn boek blijk van bepaalde kennis die vrijwel alleen de Pasamonte ook kan hebben) én een motief had. Hier wordt e.e.a. op een rijtje gezet.
  • een medecursist die het boek van Avellaneda aan het lezen was kwam met het idee -en hij blijkt niet de eerste– dat Cervantes zélf schuilgaat achter het pseudoniem.

Voor ons, een week lang getuigen van hoe briljant Cervantes speelt met werkelijkheid en illusie, klonk optie 3 best aannemelijk. Er zit ook zoveel subtiele zelfspot in zijn werk dat je je prima kunt voorstellen dat hij vermomd als Avellaneda nog eens wat speldenprikken richting zichzelf uitdeelt. Het is natuurlijk ook gewoon een leuke theorie om te geloven, te mooi om waar te zijn waarschijnlijk.

Er zijn nog meer verdachten in deze zaak, namen die mij verder niets zeggen.

Maar kan de computer ons tegenwoordig niet helpen? Ene Nanette Rißler-Pipka heeft een digitale methode genaamd stylometrie losgelaten op de teksten, zonder met een conclusie over de auteur te komen. Ze laat vooral zien dat de uitkomsten enorm afhangen van welk groepje teksten je erin stopt.

Dat was in 2016. De digitale middelen zullen sindsdien zijn verbeterd. Maar ze moeten het nog steeds doen met dezelfde input. Misschien zijn er van de persoon die schuilgaat achter het pseudoniem wel helemaal geen andere teksten overgeleverd? Dan wordt het lastig.

Toch ben ik benieuwd of er sinds Rißler-Pipka nog analyses zijn gedaan en met welk resultaat. Je zou denken dat een AI tegenwoordig stijl en vocabulaire kan analyseren en dan uitspugen: “97% waarschijnlijkheid dat het X is, 85% dat het Y is, 64% voor theorie Z”.

Je hebt dan nog steeds geen 100% zekerheid, en dat is misschien ook wel zo leuk. Maar ik ben er wel nieuwsgierig naar en hoor het heel graag als iemand er meer van weet.