Dorenweertsepad

Het Dorenweerdsepad (13 km) start en eindigt bij kasteel Doorwerth. Het is één van vele Klompenpaden (gemarkeerde wandelroutes in de provincies Utrecht en Gelderland). Naast dit Klompenpad lopen er nog meer wandelroutes, ook wat kortere voor wie 13 km in heuvelachtig terrein wat veel van het goede vindt.

Praktische info: bij kasteel Doorwerth is veel (gratis) parkeerruimte. Deels is die gereserveerd voor bezoekers van het kasteel, maar er is ook een groot veld voor andere parkeerders. Bij de ingang is een lunchroom met een toilet, dat tegen een kleine bijdrage ook voor derden toegankelijk is.

Nog meer praktische info: het lijkt me een geschikte plek voor kinderen. Je kunt er met ze wandelen in de bossen en bij het kasteel is vermaak  met water en zand (altijd leuk) en een speurtocht:

Maar nu over het pad zelf. De omgeving van Doorwerth is prachtig, mede dankzij de stuwwal. Een groot deel van de route gaat door heuvelachtige bossen. Houd rekening met pittige stukjes klimmen! Dankzij die hoogteverschillen heb je regelmatig een mooi uitzicht, bijvoorbeeld op de Hunneschans, waar je uitkijkt over de Rijn.

Ik was hier hardlopend op een regenachtige dag. Trailschoenen komen hier prima van pas, al gaat de route verderop (in Heveadorp) wel even over verhard terrein. Hier door de bossen loopt ook de Italiaanse weg, die zo heet vanwege de gelijkenis met de weggetjes vol haarspeldbochten in Italië. Het is een bij wielrenners populaire klim, ook omdat de weg autovrij is.

Na de bossen kom je bij landgoed Duno met de beroemde azalealaan. Door het grijze weer is bovenstaande foto niet heel duidelijk, maar al dat groen aan weerszijden van het pad schijnt in het voorjaar in bloei te staan. Je kunt dit ook gaan bekijken zonder helemaal het Dorenweertsepad te lopen, want er is ook een aparte parkeerplaats voor landgoed Duno.

Vervolgens gaat het weer de bossen in en hier heb ik wat lopen dwalen, na wat bordjes gemist te hebben. Ook bij Heveadorp heb ik volgens mij niet alles helemaal goed gedaan. Hoe dan ook, uiteindelijk was ik weer op de route en ging het richting Rijn.

Omdat ik toen al zo’n anderhalf uur in de regen aan het hardlopen was, heb ik weinig foto’s van het laatste stuk. In de uiterwaarden waaide het flink, ik kreeg het koud en wilde naar m’n auto. Gelukkig bleek het nog maar een kort stukje te zijn tot aan het kasteel.

Ik vond dit een spectaculaire route! Hij is erg afwisselend (heuvelachtig bos, Heveadorp, landgoed, uiterwaarden) en ongekend mooi. Een aanrader om meerdere keren te doen, in verschillende seizoenen.

Planken Wambuis

De wandelroute Planken Wambuis is zo’n 8 km lang en gemarkeerd met een gele stip:

Het officiële startpunt is Parkeerplaats Oud Reemst. Toen wij half november deze route liepen op een zondagochtend was deze parkeerplaats al tjokvol, en zijn we uitgeweken naar de parkeerplaats van Restaurant Planken Wambuis. Tot onze vreugde stond daar een kraam met koffie, thee, muffins, warme chocomel en koude dranken.

Het gebied is onderdeel van de Veluwe. De route voert vooral over heidevelden en ofschoon je op zo’n zondag veel wandelaars tegenkomt, doet het dankzij die weidsheid toch niet druk aan.

Wel zorgt het verre uitzicht ervoor dat je voortdurend ziet waar het pad naartoe loopt. Daardoor is het geen erg avontuurlijke wandeling. Het voelt meer als een ommetje. Wel een erg mooi ommetje.

Als je bij Planken Wambuis start, loop je eerst door bos. Daarna doorkruis je de heide, tot je weer bij bomen uitkomt. Hier loop je door een prachtige beukenlaan, geplant door de familie Van Pallandt. In de stammen zijn teksten gekerfd, sommige erg oud.

Vervolgens voert de route weer terug naar het weidse.

Wij liepen hier op een droge en windstille dag. Bij regen en/of wind zul je er erg blootgesteld zijn aan de elementen. Gelukkig wacht dan aan het eind weer de warme chocomel van Restaurant Planken Wambuis.

Al met al een erg mooie route. Ik zou wel adviseren hem doordeweeks te lopen, als het rustiger is. Dan zie je misschien een ree, in plaats van al die exemplaren van homo sapiens.

Twee boeken (en een half) over cybersecurity

Huib Modderkolk schreef ‘Het is oorlog, maar niemand die het ziet’ en Daniël Verlaan bracht onlangs ‘Ik weet je wachtwoord’ uit. Beide boeken gaan over cybersecurity en lezen als een trein. De heren zijn allebei journalisten, geen technici. Ben ik ook niet, dus mochten er op dat vlak onvolkomenheden zijn in hun boeken, dan zijn die mij ontgaan.

Het boek van Modderkolk gaat vooral over internationale spionage. Hij spreekt anonieme bronnen die werkten bij de AIVD of op ministeries en probeert zo te reconstrueren hoe bijv. de Diginotar-hack kon plaatsvinden, wie er achter zaten en hoe onze regering ermee omging. Het gaat over Stuxnet (het virus waarmee een Iraanse kerncentrale werd aangevallen), over de Russische hackersgroep CozyBear, de aanval op Belgacom en over een zeventienjarige jongen die in het KPN-netwerk binnendringt.

Modderkolk sluit elk hoofdstuk af met een cliffhanger en dat werkt: ik had het boek in een mum van tijd uit. Mocht er ooit een vervolg komen, dan ga ik het zeker lezen.

Daniël Verlaans ‘Ik weet je wachtwoord’ gaat meer over het privéterrein van burgers: spyware in je mobiele telefoon en gehackte camera’s in slaapkamers en sauna’s, waarvan de beelden op internet verspreid worden. Er blijken hele fora te bestaan waar je krediet kunt opbouwen door stiekem gefilmd materiaal te uploaden. De politie zit er flink achteraan en regelmatig wordt er iemand gearresteerd.

De politie komt vaker terug in dit boek, o.a. bij het hoofdstuk over de spectaculaire overname door de politie van de Dark Web-marktplaats Hansa. Daar krijg je een inkijkje in een wereld die -hopelijk- ver van je af staat. Er zijn ook hoofdstukken over zaken dichterbij, bijv. de veiligheid van apparaten in je eigen huis. Het boek geeft wat tips over hoe je deze kunt beveiligen.

En daarmee komen we bij Verlaans online handleiding ‘Laat je niet hack maken’. Zoek je gewoon praktisch advies over beveiliging van je accounts en apparaten, zonder allerlei verhalen er omheen, dan moet je daar zijn. Zelf vond ik de verhalen er omheen razend interessant, en onderhoudend beschreven, dus ik raad ook beide boeken van harte aan.

 

Boswachterspad Ooijpolder

Op een mistige novemberochtend liep ik het Boswachterspad bij Nijmegen. Dit is een bewegwijzerde route van 12 km door de Ooijpolder. Het startpunt is bij museum de Bastei vlakbij de Waalkade, ik begon iets verderop bij het bruggetje de Ooijpoort.

De Waalbrug was maar ternauwernood zichtbaar:

Op dit eerste deel van de route, in de Stadswaard, kwam ik meerdere wandelaars tegen. Verderop werd het stiller. Ik liep op een doordeweekse ochtend vanaf negen uur.

De route is gemarkeerd met bruine bordjes (bovenste bordje op het paaltje hieronder) en valt deels samen met de Walk of Wisdom (onderste bordje).

Na de Stadswaard loop je langs Groenlanden, waar een uitkijktoren staat. Hier was mijn eerste twijfelmoment over de route: een bordje gaf aan dat de Walk of Wisdom naar rechts afboog, maar ik zag geen bordje van het Boswachterspad. Verderop bleek dat je ook voor die route naar rechts moest.

Uitzicht vanaf de uitkijktoren:

De eerste helft van de route is grotendeels onverhard, en bij Groenlanden en de Bisonbaai flink modderig. In de Ooijpolder kom je regelmatig Gallowayrunderen tegen en die zijn goed gewend aan mensen, je kunt er zonder problemen voorbij wandelen. Op een bepaald punt echter trof ik een moeder met kalf: (moeder rechts in beeld, kalfje verderop langs het pad).

Daar vroeg ik me wel even af of ik zomaar moeder kon passeren en het kalf naderen. Ik was hardlopend en ben hier maar even gaan wandelen. Moeder bleek relaxed en graasde onverstoorbaar verder. Ik mocht het kalfje ook gewoon op de foto zetten: Hier ergens moet ik een bordje hebben gemist, want ik ben de Bisonbaai tegen de klok in gaan lopen en blijkbaar gaat de officiële route andersom. Eigenlijk kwam het wel goed uit, want in mijn variant kun je langer van de baai genieten:

Je loopt ‘m dan bijna helemaal rond, in tegenstelling tot bij de ‘echte’ route, waar je bovenlangs gaat en dan aan de oostkant afbuigt naar beneden, richting Ooij. Hieronder nog twee keer de Bisonbaai in de mist:

De Ooijpolder is ook: veel weilanden, veel water, en heel veel vogels. Vooral ganzen.

Omdat ik inmiddels al geruime tijd geen bordjes meer had gezien en een poging om door de natuur te lopen was gestrand op een doodlopend punt, besloot ik maar gewoon de mij bekende dijk te volgen. Hardlopen doe ik liever niet op asfalt, maar alla. Later zag ik dat ook de echte route over asfalt lijkt te gaan. Die loopt over de Hezelstraat en komt dan uit op ‘mijn’ dijk.

Tenslotte zie je dan de Waalbrug weer opdoemen:

Afdronk: een hartstikke mooi pad. Omdat bijna de helft verhard is, kun je beter gewone hardloopschoenen aantrekken dan trailschoenen. Wandelen gaat er ook uitstekend.  Je komt diverse horecagelegenheden tegen, bij één zag ik dat ze nu in coronatijd afhaalkoffie en -gebak hebben, bij de rest heb ik niet opgelet. De route lijkt me een aanrader om meerdere keren te lopen, in verschillende seizoenen.

 

George Orwell – Homage to Catalonia

“One of the most horrible features of war is that all the war-propaganda, all the screaming and lies and hatred, comes invariably from people who are not fighting.”

Met positieve, maar niet torenhoge, verwachtingen begon ik aan dit boek. Het leek me dat 1984 en Animal Farm niet voor niets het bekendst zijn. Inmiddels weet ik beter: Homage to Catalonia is briljant.

(Tussendoor: ik ben het met C.S. Lewis eens dat Animal Farm sterker is dan 1984.)

Een andere verwachting die niet uitkwam: dat dit boek -het gaat immers over oorlog- minstens zo grimmig zou zijn als bovengenoemde andere twee. Ik vond Homage to Catalonia, een verslag van Orwells tijd in de Spaanse burgeroorlog, veel minder beklemmend. Het genre is natuurlijk totaal anders. Ofschoon het een persoonlijk verslag is en de ellende van de terreur vooral aan het eind indringend doorkomt, zijn grote delen van het boek met wat afstand geschreven: naast direct betrokkene was Orwell ook een scherp observant. Met een hoop humor ook.

Over de Spanjaarden: “The Spaniards are good at many things, but not at making war. All foreigners are alike appalled by their inefficiency, above all their maddening unpunctuality. The one word that no foreigner can avoid learning is mañana.”

De situatie aan het front: “In trench warfare five things are important: firewood, food, tobacco, candles, and the enemy. In winter on the Zaragoza front they were important in that order, with the enemy a bad last”.

De goedbedoelde maar knullige organisatie: “To prevent us from shooting each other in the dark white armlets would be worn. At this moment a messenger arrived to say that there were no white armlets. Out of the darkness a plaintive voice suggested: “Couldn’t we arrange for the fascists to wear white armlets instead?”

Een belangrijk thema in het boek is propaganda. Orwell neemt uitgebreid de moeite een aantal gevallen van ‘fake news’ te ontrafelen en ontkrachten. Zelf probeert hij objectief te zijn, doet zijn best te achterhalen wat er echt is gebeurd en corrigeert zichzelf regelmatig achteraf in voetnoten.  Toch is hij zich ervan bewust dat ook hijzelf niet geheel onpartijdig is: “…consciously or unconsciously everyone writes as a partisan” en waarschuwt aan het eind de lezer: ““Beware of my partisanship, my mistakes of fact and the distortion inevitably caused by my having seen only one corner of events.”

Verder zijn grote delen van het boek gewijd aan de verdeeldheid aan linkse zijde en, weer, de rol van propaganda hierin.

Naar het einde nemen de verschrikkingen toe. Orwells nek wordt doorboord door een kogel van een sluipschutter: “No one I met at this time — doctors, nurses, practicantes, or fellow-patients– failed to assure me that a man who is hit through the neck and survives it is the luckiest creature alive. I could not help thinking that it would be even luckier not to be hit at all.”

Tallozen worden zonder proces opgepakt, vastgezet en geëxecuteerd. Orwell probeert nog een vriend te redden, maar tevergeefs. Met zijn vrouw weet hij ternauwernood te ontsnappen naar Frankrijk.

Hoe grimmig ook het eind, Orwell concludeert: “Curiously enough the whole experience has left me with not less but more belief in the decency of human beings.”

Het boek is doordrenkt van liefde voor Spanje (met name ook de Spaanse keuken: “Spaniards seem not to recognize such a thing as a light diet.”) en meer specifiek Catalonië. De beschrijvingen van de straten, de pleinen, de mensen en landschappen wakkerden mijn verlangen aan weer eens die kant op te reizen. De titel ‘Homage to Catalonia’ is in de roos.

Hierom, en om de scherpe observaties en dito pen, raad ik het boek van harte aan. Schitterende slotalinea ook, met mokerharde eindzin, ik verklap hem niet.