De Toverlantaarn

Dit boek is niet voor iedereen, denk ik. Ikzelf heb me er goed mee vermaakt. De Toverlantaarn is een bundel verhalen, geïnspireerd door de Camera Obscura van Hildebrand (Nicolaas Beets). Suzanne Voets schreef de bundel als profielwerkstuk en won er de prijs voor het beste werkstuk van 2020 mee. Het is een boek vol alledaagse taferelen en observaties, geschreven in een Nederlands met negentiende-eeuwse elementen. Ze portretteert gewone mensen die van alle tijden zijn. Dit wordt benadrukt door zowel de settings als de taal die ze kiest: het is telkens een mix van toen en nu.

Het is heel knap gedaan en leest prettig, ook door de ironische toon. De schrijfster bekijkt licht geamuseerd de wereld om haar heen en de situaties waar zijzelf, en anderen, in belanden. Dat zijn nooit hoogdravende zaken, het zijn ditjes en datjes, prachtig gestileerd, maar ditjes en datjes. In ‘Sportschoolpraat’ -ongeveer halverwege het boek- bekroop mij wat ergernis dat het wéér nergens over ging. En prompt waren daar de heerlijke slotzinnen van het verhaal, waarin de schrijfster zelf constateert -maar dan kunstiger verwoord- dat het weer nergens over ging, en besluit: “maar enfin, er wordt toch al wel genoeg in zinnige termen over zinnige zaken gesproken, her en der, en men moet ’t leven ook maar zo eenvoudig mogelijk nemen.”

Het boek is niet voor iedereen, omdat het een stilistisch hoogstandje is, echt een kunststukje, dat mij meer dan eens deed denken aan Het Groot Dictee Der Nederlandse Taal (dat Voets overigens laatst won!) en af en toe werd mij dat wat veel van het goede. Als in een beschrijving van een ruimte staat: “Er direct naast existeert een eikenhouten servieskast”, dan ben je mij wel even kwijt. Toch las ik met plezier verder en voor mij zat hem dat vooral in de humor van de treffende beschrijvingen van taferelen die ieder herkent. Bij het uitpakken van de kerstkado’s:

“‘Mijnheer R. Harbrinck’, las hij voor. ‘O, die is voor jou, Ronald!’, sprak mijnheer Haardhout, ondanks het feit dat elkeen dit alreeds begrepen had.”

Behalve met plezier, heb ik het boek ook met bewondering gelezen. De schrijfster geeft niet alleen blijk van veel talent, maar ook van veel kennis en levenswijsheid. Doe dat maar eens na op je twintigste. Petje af.

 

 

 

Omgeving Zoutelande en Vrouwenpolder

In april waren we een midweek in Zoutelande, ruim voor de drukte van het hoogseizoen. We liepen daar 11 km naar Westkapelle en terug, en de 6,5 km lange Damhertroute in natuurgebied Oranjezon. Die laatste is gemarkeerd, voor de eerste volgden we deze routebeschrijving, maar dan andersom, om op de terugweg te kunnen aanleggen bij een strandtent.

Zoutelande – Westkapelle – Zoutelande

De routebeschrijving andersom volgen bleek voor ons te hoog gegrepen: meteen aan het begin zijn we verkeerd gelopen en kwamen terecht op vrij saaie asfaltwegen. Gelukkig konden we vanaf Boudewijnskerke de route weer oppakken en daar werd het ook meteen mooi. De Westkapelsche Kreek is mooi en heerlijk rustig:

Daarna ben je al gauw in Westkapelle en kan de terugtocht over het strand beginnen. Dat is natuurlijk wat eentoniger, dus ik begrijp waarom de route eigenlijk andersom gaat. Maar voor ons was het prima zo, we wonen ver van de zee en die enkele keer dat we er zijn raken we er niet gauw op uitgekeken.

Damhertroute Oranjezon, bij Vrouwenpolder

Oranjezon is een toeristische trekpleister. Je betaalt een klein bedrag (ik geloof dat het 1 euro was) om het gebied in te gaan en ook het parkeren is er betaald. Ik kan me zomaar voorstellen dat je er ’s zomers op tijd bij moet zijn om er te kunnen parkeren.

In het gebied zijn meerdere gemarkeerde wandelroutes, wij volgden die met het hert:

De route voert eerst langs water, waar je schildpadjes kunt spotten.

Daarna ga je een weids gebied in waar op dat moment ook echt helemaal geen andere wandelaars waren. Wellicht is het daaraan te danken dat we ook daadwerkelijk herten hebben gespot.

Het deed voor mij wat vreemd aan dat je echt door een ingang gaat voor dit gebied, alsof je een attractiepark in gaat. Misschien is dit type landschap hier schaars en is het daarom tot attractie gebombardeerd. In elk geval zeker de moeite waard om er even rond te struinen.

 

Verscholen Dorp-route bij Nunspeet

(Door een al te drieste opruimactie heb ik helaas maar drie foto’s van deze route beschikbaar.)

Vanaf Bezoekerscentrum Nunspeet starten meerdere bewegwijzerde wandelroutes, de Verscholen Dorp-route is de langste (22 km). U ziet hierboven mijn Strava-registratie: daar linksboven ging het bij mij meteen al verkeerd, na 1 km kruisen de heen- en de terugweg elkaar en ben ik de verkeerde kant op gegaan, waardoor ik binnen 2 km alweer op het startpunt stond. Even opletten daar dus, als u deze route gaat lopen. Dat eerste stuk is overigens wel erg de moeite waard, dus geen straf om het dubbel te doen. Het is afwisselend met smalle paadjes, heuveltjes en bochtjes. Je bent er dicht bij een woonwijk, dus komt veel wandelaars en fietsers tegen. Verderop op de route wordt het een stuk stiller.

Na het oversteken van het viaduct over de A28 loop je eerst door een stuk bos, en gaat vervolgens lang rechtdoor over de weg naar Vierhouten. Dat stuk vond ik maar zo-zo, ik loop graag over smalle kronkelpaadjes. Er is wel best wat te zien op dat stuk, je passeert een camping en wat villa’s met mooie landgoederen. Bij binnenkomst in Vierhouten, een toeristisch dorp met veel horeca, zie je de zwijnen die je natuurlijk ook in levenden lijve onderweg hoopt te zien (wat mij niet is gelukt). Let op: je komt uit op een T-splitsing waar geen bordje staat. Dankzij een reactie op de website van Staatsbosbeheer, waar meerdere mensen aangaven op dit punt het spoor bijster te zijn geraakt, wist ik dat je hier naar links moet.

Na Vierhouten ga je de Boswachterij Nunspeet in en dat vond ik me toch een saai stuk route! Als je er bekend bent, kun je er ongetwijfeld prachtige tochten maken, maar ik hield me maar braaf aan de bewegwijzering en die gaat rechttoe-rechtaan over brede zandpaden. Echt geen lol aan. Ik heb mijn tempo daar maar flink opgevoerd om het snel achter de rug te hebben. Het zal anders zijn als je in gezelschap loopt te keuvelen, maar ben je alleen, dan wil je wat variatie en die zal er heus wel te vinden zijn als je de zijpaadjes induikt.

Halverwege passeer je dan de bezienswaardigheid Verscholen Dorp (volg de pijl naar rechts). Dit was in de Tweede Wereldoorlog een onderduikerskamp, waar zo’n 80 mensen zich verborgen hebben gehouden in hutten half onder de grond. Enkele hutten zijn herbouwd. Bij gebrek aan foto’s op mijn blog klik vooral even bovenstaande link aan om een indruk te krijgen.

Vervolgens gaat het weer over die lange brede paden en loop je terug richting Nunspeet. En daar vond ik de route weer erg de moeite waard. Je ziet op het Strava-kaartje dat er daar weer wat meer bochtenwerk in komt. Het lijkt wel of het saaie middenstuk puur is uitgezet met als enige doel het Verscholen Dorp, terwijl er bij de andere gedeelten moeite is gedaan een boeiende route te maken.

In de laatste kilometers passeer je een heideveld, en vanaf dit moment kom je ook weer meer wandelaars tegen (voor mijn doordeweekse tocht gold: kom je überhaupt weer wandelaars tegen). Dit laatste stuk van de route is echt erg mooi en mijn afdronk is dus: kies voor één van de kortere routes, bijvoorbeeld de Zandenbosroute (12 km), en bezoek het Verscholen Dorp een andere keer per auto of per fiets. Heb je wel zin om het te voet te doen, wijk dan op het middenstuk van de bewegwijzering af en zoek zelf een leuke route naar en van het Verscholen Dorp.

 

 

 

Half of a Yellow Sun

Nieuwsgierig naar de boeken van Chimamanda Ngozi Adichie keek ik op Goodreads welke de hoogste waardering had, want hey, het leven is kort en dan kun je maar beter met de topper beginnen. Tot mijn verrassing scoorden er minstens vijf boven de vier sterren, dus moest ik er toch maar lukraak eentje uitkiezen. Het werd Half of a Yellow Sun.

Dit boek, in 2013 verfilmd, beschrijft de levens van twee rijke zussen, hun geliefden en een inwonende dienstbode ten tijde van de Biafra-oorlog eind jaren zestig. Het schetst een beeld van de samenleving in die tijd, met de enorme klassenverschillen, de etnische spanningen en de verhouding met Groot-Brittannië, waar Nigeria in 1960 onafhankelijk van werd.

Wat Adichie wat mij betreft briljant doet is je in het leven van de personages zuigen. Zelden heeft een boek me zo in z’n greep gehad. Ook overdag, als ik pas ’s avonds verder ging lezen, waren de hoofdpersonen in mijn gedachten. En zelfs nu ik het boek uit heb blijven ze nog wel even. Dat is bijzonder knap gedaan, ik heb dat normaal nooit, ook niet bij bijv. ’t Hooge Nest, waar ik toch erg van onder de indruk was.

Eén van de recensies op Goodreads spreekt van ‘een soap opera’, en die woorden zijn ook in mij opgekomen tijdens het lezen. Ik vond dat niet storend en denk dat het zelfs mede de kracht is van het boek. Met al hun tekortkomingen zijn de hoofdpersonen diep menselijk, en dit maakt voor de lezer invoelbaar wat de gruwelijkheden van een oorlog met mensen doen.

 

Bos- en heideroute St Anthonis

Ongeveer een jaar geleden zou ik voor het eerst deelnemen aan de Halve van Sint Anthonis (‘Sint Tunnis’), maar daar kwam een pandemie tussendoor. Ook dit jaar kan de loop niet plaatsvinden. Ik heb in plaats daarvan de omgeving verkend door de Bos- en Heideroute van Staatsbosbeheer te lopen.

De route is zo’n 14 km lang en start bij de (grote) parkeerplaats van Natuurpoort de Heksenboom. Hier is ook restaurant de Heksenboom, dat in coronatijd een take-away heeft. Deze was vanochtend gesloten, ’s weekends is hij bij droog weer geopend vanaf 11:00.

Bij de Natuurpoort starten meerdere wandelroutes, allemaal gemarkeerd met gekleurde paaltjes.

Voor de Bos- en Heideroute volg je de groene paaltjes. Omdat de route deels samenvalt met andere routes zijn het in de praktijk geel-groene en rood-groene paaltjes.

De markering is overigens superdeluxe, ik ben nergens verdwaald. Weliswaar staan de paaltjes soms rechts, soms links van het pad, maar dat was hier niet verwarrend.

De eerste kilometers loop je in het bos over lekker afwisselende paden: smal en kronkelend.

Daarna gaat het over bredere, rechte paden, wat ik zelf altijd wat minder boeiend vind, maar er was genoeg te zien.

Heel af en toe gaat het zelfs eventjes over asfalt, maar dat is nooit langer dan een paar honderd meter. Je kunt onderweg Hooglanders tegenkomen:

Op den duur begon ik mezelf vragen te stellen over de naam van de route: Bos- en Heidepad. Ik had al sinds de start alleen maar bos gezien en dacht dat de heide misschien een klein veldje was geweest dat ik niet had opgemerkt. Maar op kilometer 8:

En vanaf dat moment gaat het een paar kilometer lang eerst rondom de heide, en daarna er overheen.

Dit vond ik veruit het mooiste deel van de route. Je komt ook langs de schaapskooi, altijd leuk.

Tot slot gaat het dan weer het bos in en kronkel je nog een paar kilometer tussen de bomen, om uiteindelijk weer uit te komen op het beginpunt.

Afstand: 14 km (volgens het bord, mijn Strava zegt 15,3).

Trailschoenen? Beter van niet, omdat je af en toe even over asfalt gaat. De onverharde stukken zijn ook niet dusdanig dat trailschoenen nodig zijn.

Horeca: de Heksenboom (nu alleen afhaal bij droog weer op zaterdag en zondag vanaf 11:00)

Locatie: parkeerplaats Natuurpoort de Heksenboom. Er is erg veel ruimte en je parkeert er gratis. Ik vermoed dat het niet zo denderend bereikbaar is met het OV. Wellicht kun je een OV-fiets huren op station Boxmeer, vanaf daar is het zo’n 7 km fietsen. Er gaan ongetwijfeld ook bussen naar het centrum van St Anthonis en dan zou je van daaraf lopend naar het startpunt kunnen, dat zal ongeveer 1 à 2 kilometer zijn.

 

Bergherbos (Montferland)

Het Montferland is de moeite waard, wist ik al dankzij de Montferlandrun, die jaarlijks begin december wordt georganiseerd en vanwege z’n timing de perfecte revanchekans is voor degenen bij wie de Zevenheuvelenloop tegenviel (beide races zijn 15 km lang). Het is een mooie, relatief kleinschalige loop met veel sfeer: hij komt langs vier dorpen (’s Heerenberg, Stokkum, Beek, Zeddam) met veel publiek, en onderweg staan midwinterhoornblazers. Erg bijzonder.

Ook loopt het Pieterpad door deze omgeving: de etappe van Braamt naar Millingen is schitterend: eerst door het Bergherbos, vervolgens door Elten (pannenkoeken eten!), dan via het waterrijke Tolkamer de Waal over naar Millingen.

Vandaag wandelden we de 7 km lange ‘rode route‘ door het Bergherbos. We parkeerden bij ’t Peeske in Beek, waar een gigantische parkeerplaats is die voor driekwart vol stond: dit gebied is populair bij mountainbikers, hardlopers en wandelaars. Ook gezinnen met kinderen kunnen er goed terecht: er is een grote natuurspeelplaats van Oerrr.

Er is bovendien een Huttenbos waar hout klaar ligt om eens lekker te gaan bouwen.

Wij waren er zonder kinderen en op zoek naar rust, dus we liepen dit vertier voorbij om aan onze wandeling te beginnen. Er vertrekken meerdere gemarkeerde routes bij ’t Peeske.

Het Montferland is glooiend en dat maakt je wandeling per definitie afwisselend. De rode route gaat voornamelijk door bos en soms langs de bosrand. Hij valt gedeeltelijk samen met de kortere lichtblauwe route. Op die gedeeltes was het wat drukker.

Ook de uitkijktoren is een tamelijk druk punt. Er passeren daar veel routes, o.a. het Pieterpad.

Gelukkig waren er ook veel stukken echt lekker rustig. Ik betwijfel of dat op zondagen ook zo is, maar op deze zaterdag had je regelmatig niemand in zicht.

Teruggekomen bij het startpunt was het weer een drukte van jewelste. Restaurant ’t Peeske heeft op vrijdag, zaterdag en zondag een fantastische afhaalbar met zeer ruim assortiment: gluhwein, warme chocomel, koffie, thee, fris, tosti’s, erwtensoep, loempia’s, broodje kroket, friet. Ook kun je er voor 50 cent van het toilet gebruik maken.

Kortom: een erg mooi glooiend gebied dat dankzij alle faciliteiten (afhaalbar, speelmogelijkheden voor kinderen, ruime parkeerplaats) wel wat druk is in het weekend. Je kunt dan waarschijnlijk het beste van de gemarkeerde routes afwijken en de smalle zijpaadjes in slaan. Doordeweeks is het Bergherbos vermoedelijk een geweldig hardloop- en mountainbikeparadijs.

’t Hooge Nest: do believe the hype

Wat een boek!

Je kon er niet omheen natuurlijk, het lag vooraan in alle winkels, hoge stapels bij de kassa, Roxane van Iperen regelmatig op tv, het boek won de Opzij Literatuurprijs, iedereen lyrisch…zou die hype niet wat overdreven zijn?

Nee dus.

Ik wist dat Van Iperen veel research had gedaan en dat het om een interessant verhaal ging. Maar dan moet je ook maar net het talent hebben om e.e.a. boeiend op te schrijven. Nou, dat is gelukt. Zelden zo’n meeslepend boek gelezen. Zelden zo ‘in’ het verhaal gezeten.

Van Iperen weet de eerste, relatief vrolijke, helft van het boek zo levendig te beschrijven dat je het gevoel hebt dat je er zelf rondloopt, in het huis verblijft, deel uitmaakt van de groep. De personages worden je dierbaar.

Dat blijkt de perfecte opmaat voor de verschrikkelijke tweede helft. Iedereen weet van de gruwelijkheden van WO II, maar hoeveel harder komen ze ineens aan als het niet over anonieme mensen uit het verleden gaat, maar over dat dappere, creatieve, gemêleerde gezelschap dat je in de eerste hoofdstukken van dichtbij hebt leren kennen. De omslag komt als een stomp in je maag en de hoofdstukken daarna wil je eigenlijk niet lezen.

Dit maakt het niet alleen een ontzettend knap geschreven, maar ook een uiterst belangrijk boek. Veel projecten proberen mensen, bijvoorbeeld scholieren, te doordringen van de verschrikkingen van WO II. Door zijn opzet kan dit boek daar een grote bijdrage aan leveren. En nog meer in de vorm van een verfilming, die er ongetwijfeld gaat komen.

 

Twee boeken van Lidewey van Noord

Bij toeval las ik laatst twee boeken van dezelfde schrijfster. Het eerste, Alleen op Avontuur, vond ik een aardig tussendoortje, maar ook niet meer dan dat. Pellegrina daarentegen is wonderschoon.

Alleen op Avontuur gaat over solo-wandelen. Van Noord raadpleegde teksten van allerhande schrijvers en filosofen en interviewde een aantal avonturiers. Daarnaast beschrijft ze haar eigen ervaringen. Het kwam op mij over als een samengeraapt geheel, al is het boekje wel thematisch ingedeeld.

Het boek combineert het bespiegelende en het praktische. Het eerste werkt zeker inspirerend, ik kreeg door dit boek (en ongetwijfeld ook door de lockdown) zin in een lange tocht. En dan zijn praktische tips natuurlijk erg van nut. Toch zorgde die combinatie er bij mij voor dat het boek niet ‘pakte’. Het sprong van het één naar het ander en ik kwam er daardoor niet echt ‘in’. Ik heb het wel uitgelezen, daar was het leuk genoeg voor. Maar een enorme aanrader vind ik het niet.

Dat geldt wel voor Pellegrina, dat óók meerdere invalshoeken combineert, maar dan op een manier die voor mij wel werkt. De schrijfster reist langs de geboorteplaatsen van grote Italiaanse wielrenners, die successen boekten tussen 1900 en nu. Het wielrennen is een kapstok voor een boek dat vooral over Italië gaat. De keuze van beeldmateriaal maakt dat ook duidelijk: foto’s van steegjes, bergen, pleinen, cafeetjes, niet van wielrenners.

De hoofdstukken bevatten altijd een uitgebreide beschrijving van het dorp en/of de streek. Sommige gaan ook diep in op het leven van de wielrenner zelf. Indrukwekkend zijn bijvoorbeeld de hoofdstukken over Gino Bartali, naast sportheld ook verzetsman, en Ottavio Bottecchia, die op nooit opgehelderde wijze op jonge leeftijd omkwam.

Tijdens het lezen stoorde ik me af en toe aan de associatieve schrijfstijl. Er worden voor mijn gevoel soms dingen met de haren bij gesleept, misschien omdat er over de betreffende wielrenner en geboorteplaats weinig te melden was, het kan ook zijn dat dit gewoon de stijl is van Van Noord. Ook vond ik sommige passages over Italië wat clichématig aandoen (de kloof tussen Noord en Zuid, de Italiaanse mamma’s). Maar dat zijn maar kleine minpuntjes in een hartstikke prettig (hoe fijn om in tijden van lockdown toch een beetje te reizen), interessant en bij tijd en wijle erg aangrijpend boek.

Het boek eindigt sterk, met het hoofdstuk over Tualis, het dorpje waar de Giro zou passeren, tot de koers werd verlegd, een drama voor het toch al leeglopende dorp. Helemaal aan het eind laten de pagina’s over de plek waar Wouter Weylandt verongelukte je stil achter.  In de tussentijd heb je gelezen over de Muur van Sormano, over Piëmont en Messina, over de nuchtere Marzio Bruseghin die nu prosecco produceert, over de ontluikende liefde tussen Gastone Nencini en Maria Pia. Het boek gaat over een land en over mensen en het lijkt of je erbij bent, je reist door Italië en door de tijd.

 

 

 

Spaans oefenen voorbij beginnersniveau

Er zijn veel apps en websites te vinden waar beginners Spaans kunnen leren. Als je nou iets verder bent, waar kun je dan terecht? Hier een paar tips (voor vooral luistervaardigheid).

Duolingo vind ik fantastisch, hun gamification werkt enorm stimulerend en zelfs verslavend. Mijn zus heeft inmiddels een ‘streak’ van 1195 dagen bij Japans. Het heeft vooral materiaal voor beginners en werkt veel met herhaling en opfrissen. Daardoor krijg je, als je er een tijdje niets mee hebt gedaan, opnieuw dingen voorgeschoteld als ‘el niño, la niña’ en kun je je gaan afvragen wat je er nog te zoeken hebt. Maar!

Het blijkt dat je bij het standaard oefenmateriaal niet per se alles weer vanaf het begin hoeft door te werken om bij de hogere niveaus (waar in mijn geval opfrissen zeker nodig is) te komen. Je kunt op een ‘kasteeltje’ klikken en krijgt dan een test die je toegang kan verschaffen tot het hogere niveau. En dan is het wel weer nuttig, want al die regelmatige en onregelmatige werkwoordsvormen, en de wat minder gangbare woorden dan ‘niño’ en ‘niña’, die zakken bij ondergetekende wel weg en herhalen is daar zeker zinvol.

Verder geldt voor de meest geleerde talen, en daar hoort Spaans bij, dat Duolingo ook eenvoudige podcasts aanbiedt en die zijn erg leuk. Momenteel luister ik een zesdelige serie over een spectaculaire bankroof in Buenos Aires. Nadeel van de podcasts: er zit veel Engels tussen. De ‘kapstok’ is in het Engels en tussendoor komt dan de hoofdpersoon in het Spaans aan het woord.

Sinds kort luister ik daarom ook de podcast van SpanishLanguageCoach, die wel volledig in het Spaans is. Ene Cesar, opgegroeid in Valencia en nu woonachtig in Londen, is gediplomeerd docent Spaans en maakt eenvoudige podcasts waarin hij relatief langzaam praat en af en toe een term toelicht in andere bewoordingen. Hij doet dit heel prettig, echt top. Er is ook een transcript, voor als je iets niet verstaat. Ik raad Cesar van harte aan!

(Update: Cesar heeft nu ook een e-book met tips over hoe je het efficiënt aan kunt pakken en de motivatie kunt behouden/terugvinden én een online cursus.)

Zoek je op Spotify op ‘Spanish podcast’, dan vind je ook die van Hoy Hablamos, waar elke dag een nieuwe aflevering verschijnt. Het zijn korte podcasts, vaak tussen 10 en 15 minuten, dus dat valt over het algemeen wel in te passen in je dag. Het niveau is vergelijkbaar met dat van  SpanishLanguageCoach en je kunt er wel even mee vooruit, want ze hebben al meer dan 1000 afleveringen.

De website van SpanishDict.com biedt ook heel veel. Je kunt er woorden oefenen, werkwoordvervoegingen, filmpjes kijken met uitleg over subjuntivo vs indicativo met een hoop oefenmateriaal daarbij, uitspraak oefenen, er is grammatica-uitleg. Erg uitgebreid, een schat aan informatie en heel veel daarvan is interactief.

Op HolandaNoticias.com vind je nieuws uit Nederland en België, in het Spaans.

Tips voor een goede voorbereiding op de DELE-examens A2, B2 en C1 vind je bij Mar, die zelf lerares Spaans en DELE-examinatrice is.

Er is nog veel meer te vinden op dit ‘intermediate’ niveau. Heb je daar eenmaal veel van geluisterd, dan kun je de sprong wagen naar het echte werk: het dagelijkse Spaanse nieuws, podcasts die bij Spanjaarden populair zijn enz. Zodra ik zover ben (kan nog wel even duren) zal ik een nieuw blog maken, want daar zit vast een hoop leuks tussen.

 

 

Doddendaelpad, min of meer

Het Doddendaelpad loopt in de omgeving van Weurt, Beuningen en Ewijk, aan de zuidoever van de Waal. Net zoals de overige Klompenpaden is het uitstekend gemarkeerd in twee richtingen. Het is 15 km lang, met mogelijkheden om in te korten tot zo’n 12 km. Inkorten tot 10 km kan ook, zo hebben wij vanochtend proefondervindelijk vastgesteld.

Het officiële startpunt is in het centrum van Beuningen, maar wij zijn begonnen bij Weurt om twee redenen: 1. we waren van plan alleen het gedeelte door de uiterwaarden te lopen en 2. we kwamen op de fiets vanuit Nijmegen en dan is Weurt het dichtstbijzijnde punt. Op de dijk tussen Weurt en Ewijk zie je op meerdere plekken de routebordjes en je kunt dus instappen waar je maar wilt.

Na storm Bella van gisteren hadden we vandaag mazzel met een prachtig zonnige, windstille ochtend.

Net als bij het Ambts- en Rijkspad bij Winssen, even verderop, loopt de route deels door de uiterwaarden van de Waal en deels meer landinwaarts. De uiterwaarden deel je met Konikpaarden en Rode Geuzen (runderen). Bij hoog water kun je niet door de uiterwaarden en moet je in plaats daarvan over de dijk lopen. Wij hadden tamelijk hoog water en dat vormde geen probleem, al liep het pad soms als volgt:

…maar een paar meter verderop kon je er dan gewoon door. Het zal niet verbazen dat het er wel extreem modderig was. Laarzen kunnen handig zijn, en zolen met veel grip komen ook goed van pas. (Ik was op oude hardloopschoenen en dat wilde ook wel. Kies in elk geval schoeisel uit dat vies mag worden.)

Onderweg passeer je het ‘Weurtsche Straatje‘, een dijkje uit de 11e eeuw. Hier vlakbij is ook een uitkijktoren, met uitzicht over dit dijkje en over de uiterwaarden.

Aan het eind van het gedeelte door de uiterwaarden, nabij Ewijk, buigt het pad af naar het zuiden en voert dan terug naar Weurt. Wij hebben dit gedeelte niet gelopen, maar zijn via de dijk teruggegaan. Doe je zoals wij, dan kom je uit op een kleine 10 km. Ongetwijfeld is de officiële route ook de moeite waard, we komen daarvoor nog weleens terug, wordt vervolgd.

NB: wie zin heeft in een lange dagwandeling kan deze route combineren met het bovengenoemde Ambts- en Rijkspad. Ze lopen bijna in elkaar over.

Kom je met het OV, dan kun je het beste met een OV-fiets vanaf station Nijmegen naar de dijk bij Weurt fietsen, dat is maar een paar kilometer. Kom je met de auto, dan kun je waarschijnlijk het beste parkeren bij het officiële startpunt in Beuningen.